04-06-14

Recensie: Tussen winter en hemel - Elin Bengtsson

Titel: Tussen winter en hemel
Auteur: Elin Bengtsson
Genre: Young Adult
ISBN: 9789044821413
152 pagina's | Clavis B.V.B.A. | april 2014

Elin Bengtsson:
Elin Bengtsson studeerde politieke wetenschappen en volgde een van de meest prestigieuze schrijfcursussen in Zweden. Ze organiseert schrijfkampen voor kinderen en young adults. Ze is voorzitter van de vereniging Jonge Schrijvers en Vertalers in Zweden, een onderdeel van de Zweedse beroepsorganisatie voor auteurs en vertalers. Tussen winter en hemel is haar debuut.

Het verhaal:
Martins jongere broer Andreas is vijftien en zal binnenkort sterven. De mensen om hem heen proberen dat elk op hun manier te verwerken. Martins moeder is overbeschermend en zijn vader meestal afwezig. Martin vlucht in zijn muziek en heeft het moeilijk met Andreas omdat die niet meer geniet van de korte tijd die hem rest. 's Nachts droomt Martin van de engel des doods. Zou hij niet moeten sterven in plaats van zijn broer, die hij veroordeelt? Intussen noteert Andreas drie dingen die hij dringend moet doen voor het te laat is.

Mijn mening:
„Een meeuw, denkt hij. De hemel bestaat niet, hij bestaat alleen uit een geelrode gloed, waar je niks mee kunt als je dood bent. En engelen bestaan niet, behalve die lelijke plakplaatjes met glitter die kinderen op de lagere school met elkaar ruilen. En spoken bestaan niet. Misschien bestonden ze toen hij klein was, maar nu zijn ze allemaal op. Maar meeuwen bestaan. Als ik doodga, wil ik een meeuw worden, denkt hij. Zo’n schreeuwmeeuw die hoog boven de daken zweeft, die wil ik worden.”

Een aangrijpend en meeslepend verhaal over de twee broers Martin en Andreas. Een verhaal welke we lezen vanuit wisselend perspectief van voornamelijk Martin en Andreas. Het duurt een aantal pagina's voordat het verhaal me in haar greep krijgt en ik het verhaal ingezogen word. Maar eenmaal in haar greep laat dit verhaal me niet meer los en zet het aan tot nadenken, ook nadat het verhaal gelezen is.

Andreas, vijftien jaar en ongeneeslijk ziek. Het verhaal laat zien hoe iedereen binnen het gezin op zijn of haar manier met het naderende overlijden van Andreas omgaat. Daarnaast lezen we over de worsteling van beide broers met zichzelf, met elkaar en hun onmacht om nader tot elkaar te komen. Twee broers die elkaar ergens in het begin van Andreas' ziekte zijn kwijtgeraakt en niet meer weten hoe ze met elkaar in contact kunnen komen.

Andreas trekt zich terug op zijn kamer, sluit zich af voor iedereen, tuurt wat naar de televisie en laat het leven welke hem nog rest aan zich voorbij gaan. Vrienden heeft hij niet, op school laten zijn klasgenoten hem links liggen. Andreas zou diep van binnen graag iemand anders willen zijn, een Andreas die durft, die zijn ogen niet neerslaat, die goed is in een heleboel dingen, die op daken klautert en stunts uithaalt op zijn skateboard, die durft te denken aan zijn ziekte en de dood, er zelfs hardop over durft te praten, niet bang is voor wat komen gaat. Maar vooral een Andreas die door Martin tof gevonden zou worden. Hij voelt zich de schaduwjongen van Martin. 

"Waarom werd Martin op de juiste manier anders, terwijl hij totaal verkeerd anders werd?" 

Zijn moeder huilt veel, is overbeschermend en probeert hem zoveel mogelijk te verwennen. Zijn vader daarentegen probeert het normale leven voort te zetten en laat Andreas met rust als hij dat aangeeft. Zijn broer Martin vlucht in zijn muziek en onttrekt zich aan het gezin. In zijn muziek kan hij zijn gevoelens kwijt. 

„Zelf huilt hij nooit. Hij speelt alleen maar en de akkoorden vullen de kamer als vlinders. Metalen vlinders. Hij weet niet waar ze vandaan komen, uit de gitaar of uit de zwarte hemel in zijn binnenste, maar hij laat ze ontsnappen, laat ze uit het raam verdwijnen of door het sleutelgat bij Andreas naar binnen fladderen. Zijn broer zal binnenkort sterven. Hij weet dat al een hele tijd. Martins gitaar weet ook dat Andreas dood zal gaan. Vandaar dat de liedjes zo mooi worden.” 

Martin is kwaad, kwaad op alles en iedereen, maar vooral op zijn broer die niet dát uit zijn resterende tijd wil halen wat eruit te halen zou zijn. Hij begrijpt Andreas niet, waarom sluit hij zich op in zijn kamer, waarom onderneemt hij niet iets groots nu hem nog maar zo weinig tijd rest? Martin haat zichzelf omdat hij niet in staat is contact te maken met Andreas en er als een broer voor hem te zijn. Niemand begrijpt hoe Martin zich voelt, hoe hij worstelt met zichzelf en de naderende dood van zijn broer. Hoe hij zich een buitenstaander in het gezin voelt, waar zijn ouders en Andreas een drie-eenheid vormen.

"De rijtjeshuislucht is bedompt van grijze pijn, van Andreas’ lijdzame afwachten, van zijn ouders’ verdriet. En ook al loopt Martin overal ramen te openen, hij krijgt al dat grijs niet weg. Daarom is hij zo weinig mogelijk thuis, daarom neemt hij de benen met zijn gitaar en zijn zuivere, zwarte hemel, want besmet worden met al dat grijs is erger dan wat dan ook. Hen allemaal verachten omdat hun pijn grijs is in plaats van zwart, bot in plaats van vlijmscherp, dat is zijn strategie.” 

Alleen bij Mari, Andreas’ dokter, vindt Martin begrip en een luisterend oor, met haar kan hij over zijn gevoelens en zijn terugkerende nachtmerrie praten. 

„Als je speelt, omdat je een zwarte hemel in je binnenste hebt .. Als je speelt, omdat je 's nachts zo eigenaardig droomt. Over lelijke wezens met Andreasgezichten. Over engelen met slijmerige, grijze vleugels die in een kring om hem heen komen staan en die zingen met donkere, dreigende stemmen. Hij heeft niemand over deze droom verteld. Het lijkt geen gewone nachtmerrie. Het lijkt alsof hij door iemand ter verantwoording wordt geroepen. Alsof die iemand bijna elke nacht terugkomt om hem de schuld te geven. De kring sluit altijd op het moment dat hij wakker wordt. Met het gevoel dat hij geen lucht krijgt. Dat hij naar die grijze lichamen greep, maar ze niet beet kon pakken. Daarom slaapt hij niet zoveel 's nachts. Zolang hij wakker blijft, speelt, leest of nieuwe liedjes schrijft, kan hij de droom op een afstand houden.”

Martin en Andreas, broers, zo dichtbij maar zo ver van elkaar verwijderd. Ze kunnen elkaar niet meer bereiken, weten niet hoe ze met elkaar om moeten gaan, met elkaar moeten praten. 

„Hoe praat je met iemand die nooit in je ogen durft te kijken? Hoe praat je met iemand die niet op zo’n mooie manier dood zal gaan als jij zou doen, maar weg gaat kwijnen in een witte kamer in een ziekenhuis, tussen slangen en apparaten? Ik weet het niet. Ik weet het niet! Het is een ziekte die niet te genezen is. Andreas zou niet minder snel doodgaan als Martin aardiger tegen hem deed. Als hij probeerde hem geen laffe zak te vinden en iets meer van hem hield. Oké, hij doet zijn best niet. Oké, hij is niet de beste broer van de wereld. Maar daarom is het zijn schuld nog niet dat Andreas doodgaat. Hoewel hij wel dat gevoel heeft. Het gevoel dat hij iets moet doen voor Andreas voor het te laat is.”

Andreas stelt een lijstje op met drie dingen die hij nog graag wil doen voordat hij sterft. „1 Martin vertellen dat hij een zak is. 2 Martin vertellen dat ik van hem hou! 3 Iets doen wat achterblijft als ik weg ben. Hij bedenkt dat hij nu een missie heeft. Hij kan niet sterven voor hij die heeft uitgevoerd. Plotseling heeft hij het gevoel dat hij meedoet in een film, dat hij superkrachten heeft, dat hij een soort Spiderman is of Batman of .. de andere Andreas. Het zal hem lukken om het hele lijstje af te werken. Punt voor punt. De andere Andreas zal hem niet in de steek laten.”

Zal het Andreas lukken om zijn lijstje punt voor punt af te werken voordat hij overlijdt? Zullen hij en zijn broer de afstand die er tussen hen is kunnen overbruggen om weer met elkaar in contact te komen? Zal Andreas tegen Martin de dingen kunnen zeggen die hij aan hem kwijt wil? Zullen ze nader tot elkaar komen nu de dood steeds dichterbij komt? 

"Hij steekt zijn hand in zijn broekzak. Er zit iets in. Iets plats en gekreukelds. Een foto van een kleurrijk graffitikunstwerk op een grijze betonnen brug. Geen gemeentewerker met hogedrukspuit krijgt dat daar weg. Nooit van zijn leven."

3 opmerkingen:

  1. Allemachtig ik zou dit boek alleen al meenemen door de omslag, wáuw! Maar het verhaal zelf lijkt me ook mooi. :)

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Fantastisch boek!!! Super ontroerend!!!

    BeantwoordenVerwijderen
  3. De schrijfstijl is erg mooi, maar er gebeurt gewoon bijna niks, waardoor het boek me na enkele pagina's uit haar grip verloor.

    BeantwoordenVerwijderen

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.