18-07-14

Recensie: Stil in mij - Daniëlle Hermans & Esther Verhoef

Titel: Stil in mij - Overleven bij de nonnen
Auteurs: Daniëlle Hermans & Esther Verhoef
Genre: Mens & Maatschappij
ISBN: 9789400504257
294 pagina's | A.W. Bruna Uitgevers | mei 2014

Daniëlle Hermans:
Daniëlle Hermans  (1963) is na haar studie Kunstbeleid en management aan de Universiteit van Utrecht het communicatievak ingegaan als freelance communicatiemanager. Haar interesse voor de Nederlandse geschiedenis en haar liefde voor thrillers zette haar aan tot schrijven. Het Tulpenvirus is haar debuut.

Esther Verhoef:
Esther Verhoef (1968) is een van de succesvolste schrijvers van Nederland  Er zijn meer dan anderhalf miljoen exemplaren van haar boeken verkocht. Verhoefs werk is in tal van landen verschenen en meermalen bekroond en genomineerd. Naast haar psychologische solothrillers schrijft Esther Verhoef samen met haar man Berry Verhoef - onder de naam Escober - ook zeer succesvol psychologische actiethrillers.

Het verhaal:
In Stil in mij. Overleven bij de nonnen vertellen tientallen vrouwen hun schokkende verhaal van seksueel misbruik en fysiek en psychisch geweld door nonnen binnen de Rooms-Katholieke Kerk. Auteurs Esther Verhoef en Daniëlle Hermans interviewden tientallen slachtoffers om hun persoonlijke ervaringen uit eerste hand te kunnen optekenen. In Stil in mij laten deze vrouwen voor het eerst hun eigen stem horen en vertellen zij zelf over hun ervaringen toen zij als kinderen werden overgedragen aan scholen en instituten waar nonnen de leiding hadden.

Mijn mening:

„Ik zou die ene zuster graag nog een keer recht in de ogen willen kijken. Dan zou ik haar en de andere zusters iets willen teruggeven, iets wat ik altijd met me heb meegedragen: de onzekerheid, angst en het schuldgevoel, omdat ik vind dat die niet langer bij mij horen, maar bij de mensen die mij dit hebben aangedaan.”

Het boek is gelezen, het is stil in mij. Verbijsterd, geschokt door hetgeen ik las. Zoveel vrouwen, zoveel leed aangedaan, het is te erg voor woorden. Bekend zijn de verhalen van misbruik en mishandeling van jongens binnen de Rooms-Katholieke Kerk, de verhalen van meisjes die eenzelfde lot waren beschoren zijn tot nu toe onderbelicht gebleven. In Stil in mij vertellen vrouwen hun aangrijpend verhaal van seksueel misbruik en fysiek en psychisch geweld in de door nonnen gerunde scholen en instituten waar zij verbleven. De auteurs interviewden deze vrouwen om hun ervaringen uit eerste hand op te tekenen. Hun streven is dat de verhalen samen een zo breed mogelijk beeld schetsen van de aard van het geweld en de gevolgen hiervan. Met het optekenen van deze schokkende verhalen hebben zij deze vrouwen weer een stem gegeven, een stem welke hun als kind werd afgenomen.

„Ik denk nog regelmatig terug aan het weeshuis. De kilte die daar heerste. De onverschilligheid. Als je gelooft dat God liefde is en je kiest voor een weg van dat geloof, dan draag je dat uit. Dat neem je dan mee in je hart en daar verbind je je mee. Maar deze vrouwen wisten absoluut niet wat liefde was. Het leven moet geëerd worden. Dat hebben ze absoluut niet gedaan. Zij hebben het leven bepaald. Zij hebben bepaald hoe het leven voor mensen moest zijn. Hoe het leven voor kinderen moet zijn. Vanuit hun geloofsbeleving, vanuit iets wat ze zo totaal verkeerd begrepen hebben. Er was een haat tegen het leven dat ze misschien zelf wel hadden willen leiden. En daar zijn wij voor gestraft.”

De geïnterviewde vrouwen vertellen over de reden van uithuisplaatsing, hun eerste indrukken, het dagelijkse leven binnen de instelling, hun traumatische ervaringen en de gevolgen hiervan op latere leeftijd. De beschrijvingen van de handelingen van de nonnen zijn schokkend. Kinderen kregen te maken met fysiek en psychisch geweld, werden voor straf in donkere kasten of hokken opgesloten, werden verplicht tot het leegeten van hun bord, ze werden tevens gedwongen hun braaksel op te eten. Ze waren overgeleverd aan de grillen van de nonnen. Ze werden begluurd, betast, seksueel misbruikt. 

„Maar je moest altijd je eten opeten. Daar werd je toe verplicht. Als je niet at, duwden de nonnen het eten letterlijk door je keel en als je het uitspuugde stopten ze het er gewoon weer in. Het uitgespuugde eten, je overgeefsel, alles. Ze gingen daarmee door totdat alles op was.”

Kinderen verloren hun identiteit zodra ze de drempel van een instelling betraden. Onderling contact was niet mogelijk, praten werd vaak alleen toegestaan tijdens het eten, maar dan zat er altijd een non bij die hoorde wat er gezegd werd. De kinderen waren er eenzaam en op zichzelf aangewezen. Angst overheerste, ieder kind was bezig met overleven. 

„Je was jarenlang afgesneden van het leven en de rest van de wereld en binnen die muren was ieder voor zich ook nog eens geïsoleerd. Het was een volledig besloten circuit.” 

„Je hebt geen eigen wil meer. Je mocht geen nee zeggen, je had maar te luisteren. Ook geen ja zeggen, trouwens: gewoon je mond houden. Je hoefde ook niet te denken, want dat werd voor je gedaan. Je hoefde niet te voelen en je had niets te zeggen. Je bestond gewoon niet. Ik heb heel lang moeten zoeken naar wie ik zélf was, wat ik zélf wilde.”

Verbijsterend is het te lezen dat velen ervan af wisten maar de andere kant opkeken, hun mond hielden, niet ingrepen. Ook werd er niet naar de kinderen geluisterd indien ze het aandurfden om hun verhaal te vertellen tegen ouders, familie of wie dan ook. Hun roep om hulp werd niet serieus genomen. Wie hield dit ook voor mogelijk; nonnen die kinderen mishandelen en misbruiken? 

„In die tijd stonden de nonnen en broeders synoniem aan goedheid, als vertegenwoordigers van God en Jezus. Ze waren bijna onaantastbaar, ze konden niets verkeerd doen. Mensen keken naar ze op. Als jij iets zei thuis, dan zouden je vader en moeder dat niet geloven. Zeker in die tijd, als klein kind, kon je niet de waarheid zeggen.”

Veel vrouwen zijn beschadigd en kampen met grote gevolgen door hetgeen hun als kind is aangedaan. Het verwerken is moeilijk, de wandaden hebben hun verdere leven beïnvloed.  

„Ik heb veel moeite dat te verwerken. De hele tijd komt het naar boven. Dat ze dat hebben kunnen doen, dat al die verantwoordelijken lekker rust hebben, maar ik en al die andere vrouwen levenslang. Je was als stront in De Goede Herder. Je was niks. En zelfs nu ben je nog niets. Want zoals ze ons toen behandelden, zo worden we nog steeds behandeld. Er wordt nog steeds niet naar ons geluisterd. De verantwoordelijken uit die tijd zijn bijna allemaal dood of op zijn minst seniel. Zij kunnen niet meer ter verantwoording worden geroepen.”

Daniëlle Hermans & Esther Verhoef hebben de vrouwen die deze wandaden in het verleden moesten ondergaan, opnieuw een stem gegeven. Een stem die hen ontnomen werd toen ze als kind verbleven bij de nonnen. Veel vrouwen hebben al die tijd gezwegen over wat er in het verleden is gebeurd. Uit angst en schaamte. De Kerk kan en mag niet langer ontkennen dat deze wantoestanden hebben plaatsgevonden, zij mag niet langer wegkijken, maar zal haar verantwoordelijkheid moeten nemen. 

„Ik vind dat dit gezegd moet worden. Het kan niet zoals het toen ging. Je mag dit niet doen. Ik wil zeggen, tegen de Kerk en alle verantwoordelijken: Kijk, dit is er gebeurd en dit mag nooit meer gebeuren. Kijk en wend je hoofd niet af. Kijk en neem je verantwoordelijkheid.”

2 opmerkingen:

Opmerking: alleen leden van deze blog kunnen een reactie plaatsen.