13-10-14

Recensie: Overspoeld - Gideon Samson / Julius ’t Hart

Titel: Overspoeld
Auteurs: Gideon Samson / Julius ’t Hart
Genre: Jeugd (12+)
ISBN: 9789045116433
176 pagina's | Querido Kinderboek | september 2014

Gideon Samson:
Gideon Samson is bekend van onder andere Ziek en Zwarte zwaan (allebei bekroond met een Zilveren Griffel). Overspoeld schreef hij samen met Julius 't Hart, die in 2004 vrijwilligerswerk deed op Sri Lanka toen dat eiland getroffen werd door een tsunami.

Het verhaal:
De eindexamens zijn voorbij en Pieter wil weg, de wereld zien. Via een vrijwilligersorganisatie komt hij terecht op Sri Lanka, waar hij Engelse les gaat geven op een school voor dove en blinde kinderen. Het is een leerzame en mooie tijd, en dat wordt alleen maar beter als hij rond kerst een paar dagen naar zee gaat. Op het strand ontmoet Pieter de Zweedse Elin en hij wordt verliefd op haar. Maar dan wordt de kust van Sri Lanka getroffen door een enorme vloedgolf, die alles wat op haar weg komt vernietigt.

Mijn mening:

„Binnen in mij was het een en al modder. Buiten mij was de wereld kopje-onder gegaan.”

Overspoeld maakt onderdeel uit van de Slash-boekenreeks. Slashboeken zijn boeken die geschreven zijn op basis van het waargebeurde levensverhaal van een bijzondere jongereDe schrijver en de jongere werken heel nauw samen, de een als 'verteller', de ander als schrijver. Op basis van het waargebeurde verhaal van de 18-jarige Julius ’t Hart, in het boek Pieter genoemd, schreef Gideon Samson deze aangrijpende en meeslepende jeugdroman. De beschrijvingen van Pieters herinneringen aan de gebeurtenissen op Sri Lanka zijn beklemmend, de paniek, verslagenheid en chaos na de tsunami zijn voelbaar. 

„Sinds de dag dat de wereld om mij heen kopje-onder ging en ik zelf op de een of andere manier m’n hoofd boven water hield, ben ik er klaar mee. Geen mensenmassa’s meer voor mij. Geen grote emoties.”

Pieter kijkt in zijn eentje naar de WK-finale tussen Nederland en Spanje wanneer hij op Facebook een vriendschapsverzoek krijgt van de Zweedse Elin Andersson. Haar verzoek brengt hem terug in de tijd en maakt dat hij overspoeld wordt door herinneringen aan zijn tijd op Sri Lanka ruim vijf jaar geleden, herinneringen die hij ver weg achter slot en grendel in zijn geheugen had opgeborgen. De herinneringen zijn niet meer tegen te houden, Pieter wordt geconfronteerd met zijn verleden…

Door voortdurende wisseling tussen heden en verleden leren we stukje bij beetje het verhaal van Pieter kennen. Het verhaal is opgebouwd rondom de finale wedstrijd Nederland-Spanje en heeft ook deze structuur meegekregen; een voorbeschouwing, eerste helft, rust, tweede helft, verlenging en nabeschouwing. Deze opbouw maakt de lezer duidelijk binnen welk tijdsbestek het verhaal in het heden zich afspeelt.

„Mijn leven was een keurig uitgegraven kanaal waarin het water veilig en zonder omwegen naar het einde stroomde. Maar dat kanaal maakte me angstig. Ik wilde een kronkelende rivier met onvermoeide stromen en woeste watervallen. Een leven los van verwachtingen waarin ik zelf de route uit mocht stippelen.”

De zeventienjarige Pieter wil na zijn eindexamen niet meteen aan een studie beginnen. Hij wil eerst iets anders, iets minder voorspelbaars doen, een jaar naar Barcelona of zo. Maar eigenlijk vindt hij dat ook niet bijzonder genoeg en hij gaat op zoek naar een vrijwilligersproject. Hij heeft een voetbalproject in Oeganda op het oog. Maar Pieter wordt uitgekozen om Engelse les te gaan geven op een school voor dove en blinde kinderen op Sri Lanka. Hier leert hij de Britse John kennen en ze worden vrienden. Na afloop van hun vrijwilligerswerk brengen ze twee weken door aan de kust. Op Eerste Kerstdag 2004 ontmoeten de jongens op het strand de Zweedse Elin en Isabelle. Pieter wordt verliefd op Elin en beleeft met haar een onvergetelijke avond op het strand, eindigend met een vrijpartij in zee. Een dag later zal deze zee het leven van vele mensen verwoesten… 

„Ik zag niet wat ik zag. Ik wílde niet zien wat ik zag. Dat kon niet en dat mocht niet. Maar ik wist het al, het was er wél. Het was tienduizend-en-één. Tot z’n middel in de modder, al drie dagen rottend in de brandende zon. Hoe oud, dacht ik, zou dat kindje zijn geweest? Vier, vijf jaar? Ouder? Jonger? Wat was z’n naam? Of was het een zij? Dat half vergane kinderlijkje vormde in z’n dooie eentje de grootst mogelijke catastrofe. Ik zei niks, keek om me heen in het busje. Had iedereen het gezien? Heeft íémand het gezien? We waren er al langs. Het landschap toonde weer omvergespoelde huizen, maar ik zag ze niet meer, niet echt. Op mijn netvlies stond het beeld van dat lichaampje, kapot en bedorven als een gedumpte, aangevreten vuilniszak.”

Pieter realiseert zich aanvankelijk niet aan welk gevaar hij is ontsnapt en hoe groot de omvang van de tsunami is. Onderweg naar Colombo ziet hij het verwoeste land; de modder, het puin, vele verpletterde huizen en hoort hij het vreselijke verhaal van een man wiens volledige familie verdronken is. Wanneer duidelijk wordt dat Isabelle onvindbaar is en Pieter geconfronteerd wordt met de vele krantenartikelen en schokkende tv-beelden komt het besef waaraan hij is ontsnapt hard binnen. Pieter wil niet meer praten over wat er gebeurd is, hij wil vergeten. Hij wil alle gebeurtenissen op Sri Lanka wegstoppen in een dichtgetimmerd doosje in zijn hoofd, een doosje welke nooit meer open mag gaan... 

„Al jarenlang zitten er twee meisjes in mijn hoofd, twee engelen. Elin en Isabelle komen uit Zweden en ze weigeren nou eenmaal om mijn kop uit te vliegen. De ene engel bemin ik, die andere haat ik. Of nee, ik haat Isabelle niet. Ik haat de gedáchte aan haar. Ik probeer zo min mogelijk aan Isabelle te denken en om eerlijk te zijn ben ik daar de laatste jaren nogal bedreven in geraakt. Omdat ze dus onmogelijk compleet kan verdwijnen, heb ik haar zorgvuldig weggestopt, ver weg in mijn hoofd. Isabelle zit daar diep vanbinnen in een dichtgetimmerd doosje.”

En nu, zoveel jaar later is er het vriendschapsverzoek op Facebook van Elin en wordt hij geconfronteerd met deze weggestopte herinneringen. Vijf en een half jaar geleden sprak hij Elin voor het laatst, op Sri Lanka, toen zij vertrok op zoek naar Isabelle. Pieter kan niet langer wegvluchten voor zijn gevoelens en gedachten over de gebeurtenissen op Sri Lanka. Hij besluit haar vriendschapsverzoek te accepteren en spreekt later die avond met haar af. 

„Twee-honderd-dertig-duizend mensen die zinloos zijn verzopen. Zelfs met het grootst denkbare inbeeldingsvermogen is een getal als dat onmogelijk te bevatten. Je kan wel een poging doen om je er een voorstelling van te maken, maar het zal je simpelweg niet lukken. Behalve als… Als je de enige overlevende van een complete familie op het strand hebt ontmoet. Als je een morsdood kindje in staat van ontbinding in de modder hebt zien liggen. Als je urenlang koortsachtig gezocht hebt naar iemand met wie je even daarvoor nog aan tafel zat.”


Geen opmerkingen:

Een reactie posten