14-11-14

(Gast)Recensie: Opname - Sigrid Landman

Titel: Opname
Auteur: Sigrid Landman
Recensie: Marjon, Thea
Genre: (autobiografische) Roman
ISBN: 9789490352370
200 pagina's | Schrijverij Mooi Mens | oktober 2014

Sigrid Landman:
Sigrid Landman (1968) debuteerde succesvol met Moederen met autisme (2009). Ze geeft lezingen en haar boeken zijn een must voor iedereen die te maken heeft met Autisme Spectrum Stoornis.

Het verhaal:
Na de geboorte van haar dochter Jasmijn wordt Merel opgenomen op de PAAZ. Ze wordt volgestopt met medicatie en heeft het gevoel dat het personeel geen tijd heeft om met haar te praten. De psychiater heeft zijn diagnose postpartum depressie snel gesteld. Ze probeert hem duidelijk te maken dat ze zich geen raad weet met de baby. Waar andere moeders van nature hun kind aanvoelen, tast zij in het duister. Gedurende haar opname komt Merel er steeds meer achter dat het ondoenlijk is om goed voor Jasmijn te zorgen. Ze maakt schema's om de verzorging in kaart te brengen, haar psychiater constateert een dwangneurose. Hij instrueert de verpleegkundigen om niet in te gaan op haar vragen. Als haar ontslag bekend wordt gemaakt is ze bang dat ze het thuis niet gaat redden. Ondanks een laatste wanhoopsdaad wordt ze naar huis gestuurd. 

Recensies:

Marjon:
Wat aangrijpend. Van begin tot eind weet Sigrid te verwoorden wat Merel overkomt nadat ze moeder is geworden. Hoewel ik geen kinderen heb, is het verhaal van Merel heel herkenbaar voor mij. Het is ongelofelijk triest dat niemand bij PAAZ zag wat er aan de hand was, dat Merel alleen maar volgestopt werd met medicijnen, niemand luisterde. Het verhaal speelt zich rond het jaar 2000 af en toen was er nog weinig bekend over autisme bij vrouwen maar er is nog steeds veel onwetendheid over ASS (Autisme Spectrum Stoornis) bij vrouwen. Vrouwen zijn sociaal en verbaal veel beter ontwikkeld dan mannen, waardoor de diagnose ASS vaak over het hoofd wordt gezien. Alleen daarom al zou dit boek gelezen moeten worden door iedereen die met psychiatrische patiënten werkt. Maar behalve dat…  Sigrid heeft het heel toegankelijk geschreven, heel puur. Het raakt diep. Het laat je niet meer los. Je waant je bijna ook opgenomen. Wat een aanrader.


Thea:

„Al jaren verlangde ik naar een baby. Wat was ik blij toen die droom uitkwam en Jasmijn gezond bleek te zijn. Maar toen ik even niet keek werd mijn droom vertrapt en veranderde hij in een nachtmerrie. En net als de schilderes in het verhaal weet ik niet wie of wat de droom heeft stukgemaakt. Nu zit ik hier met de scherven.”

Een aangrijpend en schrijnend verhaal, het verhaal over Merel en hoe de roze wolk kort na de geboorte van haar dochtertje Jasmijn verandert in een donkere donderwolk. Het verhaal is indringend, als lezer voel je Merel’s wanhoop, haar angsten, haar twijfels, haar worsteling. Het verhaal raakt me diep, ik kan niet anders dan meeleven met Merel en hopen dat ze de juiste hulp zal krijgen…

„Ik voel hoe ik de controle over mijn gedachten verlies. Zodra ik haar aanraak begint het kokhalzen. Tranen lopen over mijn wangen. Ik voel me zo ziek en ineens besef ik het: ik heb een afkeer van mijn eigen kind. Ik kan haar niet meer om me heen verdragen.”

Zodra Merel haar dochtertje voedt wordt ze overvallen door paniek en krijgt ze aandrang tot kokhalzen. Wat is er met haar aan de hand, waarom kan ze niet genieten van Jasmijn? Waarom voelt haar dochtertje als een vreemde voor haar? In haar hoofd heerst chaos, ze dreigt de controle over alles te verliezen. 

„Ik wil niet dat dit gebeurt, ben iedereen tot last, een moeder die haar kind aan haar lot overlaat. Maar ik ben zo oneindig moe en in de war, ik kan gewoon niet verder. Het is onverantwoord om in deze toestand zelf voor Jasmijn te zorgen. Waar is het in vredesnaam misgegaan?”

Merel wordt opgenomen op een PAAZ afdeling maar krijgt hier niet de hulp waar ze zo naar verlangd. Ze vindt er geen gehoor voor haar schreeuw om hulp, de leiding concludeert zonder grondig onderzoek, leidend tot een verkeerde diagnose. Merel krijgt medicatie voorgeschreven die meer kwaad dan goed doen. 

„(..)Nu is er alleen die grote chaos. Ik ben bang en voel me niet veilig meer. Ik weet niet wat ik wanneer met haar moet doen omdat ik Jasmijn niet begrijp. Ik weet niet waarom ze huilt, zie niet wat ze nodig heeft en denk dat ik beter geen moeder had kunnen zijn. Er is geen klik. Ze kon net zo goed een pop zijn. Ik wil ontsnappen, want ik kan niet moederen en heb het gevoel dat het krijgen van een baby de grootste vergissing van mijn leven is. Ik kan geen contact met haar krijgen. Ze lijkt een vreemde voor me en ik ben een vreemde voor mezelf. Ik ken mezelf niet meer terug.”

Tijdens Merels verblijf op de PAAZ wordt Jasmijn opgevangen door haar ouders, Merel gaat in de weekenden naar haar ouders om voor Jasmijn te zorgen. Stapsgewijs komt Jasmijn naar de PAAZ afdeling bij Merel. In eerste instantie verblijft ze er op de kinderafdeling, waarbij de zorgmomenten voor Merel verder worden uitgebouwd. Uiteindelijk krijgt Jasmijn een bedje op Merels kamer en gaat ze fulltime voor haar zorgen. Merel weet zich geen raad met de opvoeding van Jasmijn, ze zit vol twijfels en angsten maar kan bij niemand terecht. Dwanggedachten beheersen haar leven. De leiding vindt dat ze het goed doet maar heeft geen oog voor de strijd welke Merel van binnen voert. 

„Ik kan niet ontkomen aan de gedachte dat het krijgen van Jasmijn een grote vergissing is geweest. Nu zit ik opgescheept met een baby die ik niet begrijp. Een kind waar ik niet voor kan zorgen, dat alleen maar beschadigt raakt door de fouten die ik maak. Haar wegdoen of aan iemand anders geven kan ook niet. Dus zit ik reddeloos in de val, verloren. Op een goede dag zal Wout me naar huis sturen, dan is er nog niets veranderd. Dan nog zal ik Jasmijn niet begrijpen, haar non-verbale communicatie niet oppikken. Kon ik maar terug naar de tijd vóór haar geboorte. Waarom kan ik niet gewoon van mijn baby genieten en stop ik niet met deze aanstellerij? Kan ik niet wakker worden uit deze nachtmerrie waarin we terecht zijn gekomen?”

De fragmenten over de gang van zaken op de PAAZ en de wijze waarop men er met de patiënten omgaat, leiden bij de lezer tot verbijstering en verontwaardiging. De leiding was in de tijd van Merel’s opname nog onkundig van de problematiek waaraan Merel lijdt, maar de wijze waarop ze de patiënten bejegenen is onbegrijpelijk. 

„Als ik het niet dacht. Altijd bezig met aandacht vragen, die Paulien. Conny loopt op haar toe en geeft haar een trap in de zij: Stel je niet aan. Opstaan en meekomen. Ook Johan begint aan haar te sjorren. Samen met Conny scheldt hij op de vrouw die weerloos op de grond ligt.”

Alles wordt in gang gezet voor het naderende ontslag van Merel. Enkele vrouwen uit de kerk zullen haar elk een dagdeel per week komen helpen. Daarnaast zal ze hulp krijgen van gespecialiseerde thuiszorg gedurende anderhalf uur per dag. Speltherapeute Wendy helpt Merel om door middel van spel contact te maken met Jasmijn. Wendy legt haar uit wat ze wanneer kan doen en stelt samen met Merel een schema op. Dit schema zorgt voor rust en structuur bij Merel, haar dwanggedachten zijn voor even verdwenen.

„Jasmijn en ik komen naar huis en dan gaan we het met zijn drieën doen, samen als gezin. Deze donkere tijd komt nooit meer terug. Nu is het tijd voor het geluk waar we voor we zwanger werden van droomden. Later zal ik vaak aan deze woorden terugdenken. Hoe naïef kun je zijn. Of is de wens ook in dit geval de vader van de gedachte?”

Omdat Jasmijn nu volledig op de afdeling verblijft valt de speltherapie van Wendy weg. De dwanggedachten van Merel keren in volle vaart terug. „Ik zie aan Jasmijns manier van reageren niet de dingen die anderen wel zien. De reactie van mijn baby op pijn, honger, kou en blijdschap wordt door mij niet gezien. Ik heb die schema’s hard nodig, omdat ik een elementair stukje mis. Niemand die dat onderkent. Zelfs Wendy in al deskundigheid begrijpt dit niet. Ik voel me eenzamer dan ooit.” 

Na drie maanden zal Merel ontslagen worden van haar verblijf op de PAAZ. „Haarscherp besef ik dat er straks precies hetzelfde gaat gebeuren als op de dag voordat ik naar de PAAZ ging. Dan zal ik niet opgenomen worden, maar moet ik het alleen zien te redden. Mijn probleem is niet opgelost. Ik voel geen klik met Jasmijn, ze blijft een vreemde voor me. Ik ben bang haar aan te raken en het allemaal verkeerd te doen. Mensen zien mij Jasmijn op de goede manier verzorgen en concluderen dat het perfect gaat.”

Wanneer de dag van het ontslag daar is raakt Merel in paniek, ze kan niet naar huis, ze is er nog niet klaar voor. Merel doet een wanhoopsdaad. Haar ontslag wordt met een week uitgesteld. Dan moet er een oplossing geregeld zijn, langer kan ze niet op de PAAZ verblijven. ‚Ik voorzie alleen maar rampen, de toekomst is één zwart gat. Mijn grootste vijand is de tijd, die meedogenloos doortikt naar het moment waarop ik haar fulltime zal verzorgen en daarin zal falen.”

Haar man Guido zal twee weken onbetaald verlof krijgen. Na dit verlof zullen de vrouwen van de kerk Merel bijstaan. Ook wordt er gespecialiseerde thuiszorg geregeld. Niets staat haar ontslag nog in de weg.

„Ik ben er niet rouwig om dat ik weg moet. Elke stap dichter naar de deur is een stap dichter naar de vrijheid. Een onzekere vrijheid, vol obstakels. Toch, als Guido naar me lacht en alle muizenissen uit mijn hoofd kust, besluit ik dat het gaat lukken. Ik moet gewoon wat meer vertrouwen hebben.”

„Het leven is goed. We gaan naar huis. Ik ben er klaar voor.”

In het nawoord van de auteur lezen we in het kort hoe het haar vergaan is toen ze met Jasmijn weer naar huis kwam. Meer hierover kunnen we in haar debuut Moederen met Autisme lezen. Ook wordt er na onderzoek de juiste diagnose gesteld. Eindelijk wordt voor haar duidelijk waarom ze Jasmijn niet kon begrijpen, puzzelstukjes vallen op zijn plek...



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen