12-12-14

Recensie: Sam en de ongelooflijk lieve Boy - Kristien Dieltiens

Titel: Sam en de ongelooflijk lieve Boy
Auteur: Kristien Dieltiens
Genre: Jeugd (12+)
ISBN: 9789462342620
184 pagina's | Uitgeverij Abimo | oktober 2014

Kristien Dieltiens:
De Vlaamse schrijfster Kristien Dieltiens schrijft voor verschillende leeftijden. Bekendheid kreeg ze vooral met haar historische jeugdromans, die meestal in de late middeleeuwen zijn gesitueerd. Olrac, Candide, Aude en ook Papinette, dat vlak voor het uitbreken van de Beeldenstorm speelt. In 2013 ontving ze de Woutertje Pieterse Prijs voor Kelderkind, een jaar later volgde in Vlaanderen De Kleine Cervantes.

Het verhaal:
Twee weken voor haar dertiende verjaardag verhuist Sam met haar moeder en haar nieuwe partner. Ze vindt het maar niets in de nieuwe stad, zonder oma Vos en zonder haar vriendin Babette. Steeds vaker krijgt ze zin in dingen-doen-die-niet-mogen. Gelukkig is er de ongelooflijk lieve Boy, met wie ze urenlang chat. En André, die vlakbij in de buurt woont en gek is op dieren. Maar als alles fout dreigt te lopen, slaat Sam op de vlucht...

Mijn mening:
„Er is iets ergs gebeurd. Een ramp, net op de dag van mijn dertiende verjaardag. Misschien heb jij het zien aankomen, maar ik niet. Je bent een stille. Je zegt nooit wat. Nooit spreek je me tegen en altijd krijg ik het laatste woord. Je luistert. Dat is heel wat.”

Een verhaal over de bijna 13-jarige Sam en de gevaren van internet en social media. Het verhaal is geschreven in een prettige schrijfstijl en laat zich makkelijk lezen. Het verhaal komt echter langzaam op gang, het kabbelt zich voort als een traag stromend beekje. De aanloop naar het eigenlijke thema van het verhaal duurt te lang, dit maakt dat mijn aandacht verslapt en ik mijn interesse in de rest van het verhaal dreig te verliezen. Toch besluit ik door te lezen, ik wil weten wat er met Sam staat te gebeuren. Op het moment dat zij Boy via internet leert kennen, krijgt het verhaal mijn volle aandacht weer te pakken en wil ik doorlezen. Weten hoe het tussen Sam en Boy zal verlopen…

„In mijn hoofd woedde een gevecht. Ik wilde Sam zijn en Sam blijven. Dingen doen die ik wilde. De dingen-doen-die-niet-mogen, leken me opeens minder aantrekkelijk. Zoals snoepen. Het maakte me nog dikker. Aan de andere kant… Wat wilde ik eigenlijk?”

Sam verhuist samen met haar moeder en diens partner Nanna naar Oostende. Sam heeft het hier moeilijk mee, ze moet haar vriendin Babette en oma Vos achterlaten. Alleen kater Nestor mag mee. Een nieuwe omgeving, nieuwe school en klasgenoten, het is wennen voor Sam. Tot overmaat van ramp verdwijnt ook nog haar kater Nestor. Niemand in de buurt heeft hem gezien en hoe ze ook naar hem zoekt, hij blijft onvindbaar. Bij haar klasgenoten vindt zij geen aansluiting, ze wordt buitengesloten, uitgelachen en gepest. 

„Ofwel doen ze alsof ik lucht ben en dat heb ik nog het liefst, ofwel lachen ze me uit, of ze halen een streek uit waar iedereen om kan lachen, behalve ik. Allemaal onder leiding van Amina, de superqueen van de klas."

Sam worstelt met zichzelf en voelt zich eenzaam. Ze mist haar vriendin, haar oma en haar vorige woonplaats. Haar moeder en Nanna hebben geen oog voor Sam’s problemen. Oma Vos gaf Sam voor vertrek een dagboekje mee. In eerste instantie vraagt Sam zich af wat ze hiermee aan moet, toch besluit ze in het boekje, welke ze de naam Tijger geeft, te gaan schrijven. Haar gedachten en problemen kan ze immers alleen aan Tijger kwijt. 

„Ik had twee moeders en dat was niet voor iedereen normaal. Het bloed dat eerst naar mijn hoofd was gestegen, vloeide traag naar mijn benen en veranderde daar in een zware stroop. Ik kon geen stap meer verzetten. Alles verstikte. De vogels floten niet meer en het leek doodstil op het schoolplein wat het natuurlijk niet was. Alle geluiden hadden zich verzameld in mijn hoofd en trommelden er voluit op los. Er waren misschien maar drie seconden gepasseerd en ik was niet meer dezelfde Sam.”

Op een dag krijgt Sam een vriendschapsverzoek van Amina, de aanstichtster van het pesten op school. Sam is verbaasd en twijfelt, maar besluit toch Amina toe te voegen. Al snel krijgt ze van meerdere klasgenoten vriendschapsverzoeken, een stroom van haatberichten is het gevolg. 

„Ik had mijn eigen doodvonnis getekend door hun vriendschapsverzoeken te aanvaarden. Tijger, zeg me, hoe houd ik dit vol? Hoe zorg ik ervoor dat ze me niet kapotmaken? Misschien moet ik maar verdwijnen, zodat ze me nooit meer kunnen vinden.” 

Dan krijgt ze een vriendschapsverzoek van een onbekende jongen, Boy. Sam besluit hem uit nieuwsgierigheid toe te voegen. Het klikt tussen hen, hij begrijpt haar en steunt haar, ze worden vrienden. Sam denkt dat hij de jongen is die in hun vorige huis woont, ze voelt zich veilig bij hem en vertrouwt hem al snel haar gedachten en problemen toe. Maar is hij wel wie hij zegt te zijn, is hij wel te vertrouwen? Is het soms een grap van Amina en haar vriendinnen?

„Ik besloot te verdwijnen. Niet voor altijd. Voor een dag een een nacht maar. Er moest een ramp gebeuren. Een ramp die ik in de hand had en niemand anders. Sam moest verdwijnen op de dag dat ze dertien jaar werd. Als het echte leven goed en wel was begonnen.”

Sam wil voor even verdwijnen, gewoon ergens onderduiken om weer gevonden te worden. Ze wil even weg van alle problemen en de pestkoppen van school. Een plek om te schuilen heeft ze ook al in gedachten; de oude bunker in de duinen. Ze vertelt Boy over haar plan en hij wil met haar meedoen en Sam graag ontmoeten. Ze spreken af bij de bunker maar is hij wel de 14-jarige jongen voor wie hij zich uitgeeft? Vertrouwt Sam niet de verkeerde?

„Ik was dertien jaar, het echte leven was begonnen, ik had mijn eerste afspraakje gemaakt met Boy, een jongen die ik nog nooit had ontmoet. Ik kende hem en toch ook weer niet.”

2 opmerkingen: