10-04-15

Recensie: Onze borst - Lander Deweer

Titel: Onze borst
Auteur: Lander Deweer
Recensie: Thea
Genre: Waargebeurd: gezondheid
ISBN: 9789022331125
192 pagina's | Uitgeverij Manteau | maart 2015

Lander Deweer
Lander Deweer studeerde geschiedenis aan de Universiteit Gent en werkte van 2009 tot 2014 als journalist voor De Morgen. Hij woont in de Vlaamse Ardennen, is freelance journalist en schrijft voor het wielertijdschrift Bahamontes. 

Het verhaal
In Onze borst. Dagboek van kanker beschrijft Lander Deweer hoe een bolletje in een borst het leven van twee twintigers op zijn kop zet. Ze zijn jong en levenslustig, maar plotsklaps maakt reizen en lachen plaats voor trillen en ziekenhuizen bezoeken. Van dag tot dag noteert Lander Deweer hoe ze samen alles beleven, hoe ze weigeren het hoofd te buigen en de ziekte, angst en verwonding aanvaarden. Hoe ze elk apart in gedachten verglijden, samen de tegenwind trotseren. Hoe ze huilen en liefhebben. Hoe zij haar glimlach niet verliest. Een sereen en glashelder verslag, door de ogen van de partner.

Recensie door Thea:
„Op de spiegel in onze badkamer is het woord ‚Madagaskar’ gewist en door ‚dagcentrum’ vervangen. De zwarte kleur, afkomstig van een viltstift uit haar etui, bevestigt ons gevoel. We zijn rouwig en tegelijk hopen we. Want al is de bestemming gewijzigd, het doel blijft gelijk: bij elkaar zijn.”

Stel je eens voor; je bent jong, staat midden in het leven, zoveel plannen, zoveel toekomstdromen. Totdat je op een dag een zwelling in je borst voelt en je leven vanaf dit moment op haar kop staat. Dit overkwam Inge, de vriendin van de auteur, Lander Deweer. 

„We vonden het vreemd. Eerst was er niets, en dan, plots, was er iets. Een harde plek boven de tepel van haar linkerborst, te groot om klein te zijn, te klein om groot te zijn. Een onderhuidse okkernoot, ja, dat was het.”

Lander besluit een dagboek bij te houden over het jaar waarin hij en zijn vriendin plotsklaps belandt zijn; een jaar van bijgestelde plannen en onzekere toekomstdromen. Een jaar van ziekenhuizen, onderzoeken, chemo’s, borstamputatie en bestralingen. Een jaar van verdriet, angst, pijn, leven tussen hoop en wanhoop, het aanvaarden van en vechten tegen deze ziekte maar ook positief blijven en zoveel mogelijk doorgaan met leven. 

„Hoop is een elastiek met grote rekbaarheid. Je hoopt aanvankelijk o peen gezwollen klier, dan op een goedaardig gezwel, daarna op amputatie van slechts één borst. Bij elke stap zeggen we dat het lastig zal zijn, maar dat het enige doel overleven is. Wachtend op resultaten, proberen we de toekomst in vragen te vatten. Ook dat is een verandering: voorheen ging het leven vanzelf, nu stellen we ons vragen.”

Vele boeken die geschreven zijn over kanker zijn geschreven vanuit het perspectief van degene die kanker krijgt, maar hoe is het nu om als partner je vriendin te zien lijden aan deze ziekte? Wat doet het met jou als partner zijnde, hoe ga je om met het verdriet, de pijn, de wanhoop en uiteindelijke amputatie van haar borst? Lander schrijft hierover in dit boek. Van dag tot dag noteert Lander wat hen overkomt, hoe ze samen alles beleven, hoe ze de ziekte aanvaarden en samen het gevecht aangaan.

„Het is leven van chemo naar chemo, in het tempo van de medicijnen, antwoord ik. Het is balanceren tussen hoop en angst, het is voortdurend aanpassen aan een nieuwe werkelijkheid. Maar we hebben elkaar, en we hebben goede hoop.”

Het verhaal is indrukwekkend en aangrijpend. Bewonderenswaardig is de positiviteit van Inge en hoe ze zich samen hier doorheen slaan; hoe ze de ziekte aanvaarden, vechten en blijven hopen op betere tijden. Tien maanden na de diagnose gaat Inge weer aan het werk en kopen ze, na diverse hobbels voor verkrijgen van hypotheek te hebben overwonnen, een huis, ze durven zich weer te richten op de toekomst…

„(..)Tegelijk zou ik willen zeggen dat kanker een onhandelbaar kind is. Net wanneer je denkt dat je er een beetje vat op hebt, glipt het uit je handen. Dan beseffen we dat de pijn, de angst, het verdriet, nooit voorbij zal gaan. We zouden kunnen zeggen dat we moedig hebben gevochten en kanker hebben overwonnen, wat je wel vaker hoort. We vrezen dat niet wij het vechtende kamp vormen, maar kanker. Dat de guerrillastrijder zich in het struikgewas heeft verscholen, onzichtbaar voor artsen en apparaten. Zal hij ooit op adem komen, belust op represailles?”

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen