30-04-16

Het Project - C.C.M. van Raay


Werkelijk vijf minuten voor de allereerste schooldag op de kleuterschool is het pesten begonnen. Dat duurde bijna tien lange jaren. Sindsdien heeft C.C.M. van Raay zich nooit echt kunnen en durven uiten, met als gevolg een doorlopend innerlijke strijd, hoog oplopende emoties en diepe depressies. Talloze hulpverlenende instanties heeft hij bezocht. De conclusies die door de ene psychiater werd getrokken werden echter door de volgende hulpverlener weer naar de prullenbak verwezen. Zijn verhaal op papier zetten hielp hem beter op weg. Zijn grootste overwinning is daarmee nu behaald: de publicatie.

228 pagina's | ISBN: 9789402222074 | Boekscout | december 2015 | € 19,15



Fragment:
Tijdens gym is het ineens heel gezellig, iedereen is vrolijk en vriendelijk en ik word uitgenodigd om gezamenlijk naar huis te lopen. Van nu af aan zijn we vrienden. Op de terugweg wordt er veel gelachen We bonzen op de ruiten bij fietsenmaker Bosman, trekken belletje bij meester Veerbeek, de deur van café ‘De Bult’ wordt baldadig opengegooid, iedereen heeft schik. In het laatste huis van de Ds. Vermeerstraat woont hulpagent Dirkmaat, een chagrijnige man die in zijn dagelijkse leven portier is bij De Vesuvius. Iedereen is een beetje bang van hem. Nu ben ik aan de beurt om belletje te trekken. Ik loop voorzichtig naar de deur, de jongens kijken op een veilige afstand toe. Net op het moment dat ik wil aanbellen vliegt de deur open. De jongens rennen joelend weg. Ik duik tot twee keer toe onder de grijpgrage handen van de woedende man door en kan ontsnappen. Uiteindelijk krijgt hulpagent Dirkmaat me toch te pakken. Met een zeer stevige hand om mijn pols brengt hij mij thuis en vertelt hij mijn ouders dat hij het sterke vermoeden had dat dit zou gebeuren. Al enkele weken is er iedere maandagavond om dezelfde tijd bij hem belletje getrokken, vertelt hij, daarom heeft hij begin deze avond de groep Groothuis toen die richting gym liep opgewacht en gewaarschuwd dat hij bij een volgende keer maatregelen zou nemen. Geert verzekerde hem dat die waarschuwing geen indruk maakte, er zou toch weer belletje worden getrokken, vandaar dat hij de groep op stond op te wachten.

Achteraf besef ik dat ik niet eens had hoeven vluchten, het had toch geen zin gehad. Van een afstandje hadden de jongens al geroepen "Het is Carel van Raay, het is Carel van Raay." Drikus Schoonhoven hoorde ik boven alles en iedereen uit joelen en lachen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen